Beste voorzitter,
Beste ministers,
Beste collega’s,
Vandaag ligt er een ontwerp van decreet voor betreffende de Brownfieldconvenanten.
Dit decreet verandert het huidig, tijdelijke decreet op de brownfieldconvenanten in een permanent decreet van onbepaalde duur.
Een aantal belangrijke veranderingen zijn :
- het callsysteem wordt vervangen door een vaste oproep, minstens één keer per jaar
- er wordt een stopprocedure ingevoerd voor projecten die op een redelijke termijn na opstart geen perspectief bieden op succesvolle afronding
- de decretale rol van de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) wordt niet meer voorzien aangezien PMV haar rol op vandaag anders invult via een samenwerking met OVAM, en meer gericht op blackfields.
- er wordt in een tweejaarlijkse evaluatie voorzien nadat een eerste evaluatienota en een visienota reeds werden opgesteld.
Met dit ontwerp van decreet wordt ingespeeld op de voornaamste conclusies van de visienota, weliswaar niet op allemaal. Het huidig decretaal kader en een beroep doen op de betrokken sectoren maken het immers al mogelijk heel wat doelstellingen te bereiken.
In zijn toelichting ging de Minister-president dieper in op een aantal van voorgenoemde punten.
Het is voor hem duidelijk dat het Brownfieldconvenant als instrument zijn effect niet heeft gemist. Een structurele continuering van het brownfieldbeleid lijkt dan ook zeer positief. Dit ontwerp van decreet zal de dynamiek daarvan bevestigen.
Tijdens de algemene bespreking vermeldde collega Filip Watteeuw dat hij het voorontwerp en ontwerp vergeleek. Volgens hem zijn de adviezen van de Serv (die hij vrij fundamenteel vindt) en van de Raad van State (die eerder van technisch-juridische aard zijn) niet verwerkt, buiten een paar kleine wijzigingen.
Collega Bart Van Malderen meende dat een goedkeuring van dit decreet een einde zal maken aan de experimentele fase die zorgde voor veel terughoudendheid bij mogelijke initiatiefnemers. De decretale verankering zal volgens hem een continuering van de aanpak van echt moeilijke gevallen mogelijk maken. Hij is tevreden dat de opmerkingen die in de commissie Sauwens zijn gemaakt, werden meegenomen. Hij wijst ook op de transparantie ten aanzien van de mensen die een projectvoorstel indienen dat hen wordt duidelijk gemaakt dat hun ingediende voorstel de normale procedures niet in de weg staat. Hij vindt de Serv-opmerkingen wel valabel maar deze moeten volgens hem daarom niet in het decreet worden vertaald.
Collega Marleen Van den Eynde stelde dat door de sanering van Brownfields er minder Greenfields worden aangesneden. En dat is voor haar een goede zaak gezien er een grote nood is aan bijkomende bedrijventerreinen. Volgens haar functioneert de werkwijze van convenanten goed en is de bijsturing die nu gebeurt ook noodzakelijk. Zij stelt dat de aangesproken adviesraden tevreden zijn met de wijzigingen maar toch vinden zij dat er nog meer naar kon worden geluisterd. Zo bvb. naar hun advies tot meer financiële stimuli die ontwikkelaars ertoe zouden kunnen aanzetten om te investering in brownfields ipv in greenfields.
Collega Patricia Ceyssens deelde mee dat haar fractie dit ontwerp van decreet zal steunen en goedkeuren. Toch stelt ze dat ze het jammer vindt dat er geen rekening werd gehouden met de suggestie van RvS wat betreft de bezoldiging van de mensen van de Brownfieldcel.
In zijn repliek stelde de Minister-president dat er minimaal één oproep per jaar komt. In het advies van de Serv ging het om twee calls per jaar. Een overeenkomst tussen PMV en OVAM is niet langer aan de orde. Hij wijst op het verschil tussen Brownfieldconvenanten voor brownfields en Saninvest voor blackfields.
Hij stelde dat preventief beleid voornamelijk via de sectoren moet gebeuren die door mekaar moeten geconsulteerd worden en mekaar ondersteunen. Het is de bedoeling dat de bezoldigingsproblematiek van de Brownfieldcel geregeld wordt via een Besluit van de Vlaamse Regering.
Daarna volgde de artikelsgewijze bespreking waarbij nog bijkomende tussenkomsten gebeuren.
Bij de eindstemming deelde collega Ivan Sabbe mee dat hij zich bij de artikelsgewijze stemming had onthouden en hij dat ook bij de eindstemming zal doen. Hij is niet gekant tegen de geest van het Brownfielddecreet, maar vindt wel dat de doelstellingen uit de visienota onvoldoende decretaal zijn verankerd in dit ontwerp van decreet. De kans voor een eenduidige samenhangende verankering van het beleid werd volgens hem gemist.
Er werd géén reflectienota aangekondigd. De commissie besloot eenparig dat er geen reflectietijd en reflectienota’s zouden zijn.
Het ontwerp van decreet werd ongewijzigd aangenomen met 9 stemmen voor bij 5 onthoudingen.
