Menen Hoe weet een handelaar of hij of zij goed bezig is ? Stad Menen biedt de lokale handelaars de kans om in een commercieel innovatieproject te stappen. Concreet betekent dit dat de handelaars hun zaak kunnen laten doorlichten en meteen weten zij dan ook of ze goed bezig zijn. En hoe goed scoort Menen als winkelstad ? Schepen van Lokale Economie Martine Fournier geeft tekst en uitleg.
Is Menen een winkelstad ? Kan Menen klanten aantrekken van buiten de stad ? Kunnen de handelaars de Menenaar bekoren ? De vragen blijven alsnog moeilijk te beantwoorden.
In het centrum van Menen staan in elk geval opnieuw een aantal zaken te koop of te huur. De voormalige schoenenzaak Torfs staat leeg en binnenkort verhuis Kathmandu naar de Prémaman en komt ook die winkel leeg te staan. Ook op de Grote Markt staat een aantal handelszaken leeg. Op de Barakken staat het lunapark Hollywood te koop. Waarom raken die panden niet verhuurd of verkocht ? We vroegen het aan schepen van Lokale Economie Martine Fournier. "Er staat inderdaad weer een en ander te huur of te koop. Het is niet makkelijk om nieuwe zaken aan te trekken. Je kan eigenaars moeilijk dwingen om verbouwingswerken uit te voeren. Anderzijds kun je ook weinig doen als een eigenaar zijn pand verhuurd aan weinig interessante winkels. We proberen zaken als nachtwinkels door hoge belastingen wel enigszins te weren uit onze stad."
Cijfers
Schepen Fournier verwijst meteen naar de ideale situatie waarbij ketens en particuliere handelszaken elkaar aanvullen. "Een gezonde mix van ketens en particuliere zaken maakt van je stad een handelscentrum. De ketens trekken sowieso volk aan en dat komt de andere zaken alleen maar ten goede. Centrummanager Ivan Vandekerkhove heeft heel wat van die ketens gecontacteerd en blijkbaar interesseert Menen hen niet echt."
"Vooraleer zo'n winkelketen beslist of een stad interessant kan zijn, controleert men de koopkracht van de gemeente. Dat meet men door na te gaan hoe het met het gemiddeld inkomen gesteld is. In Menen ligt dat op zich al 3.730 euro lager dan in Wevelgem. Die ketens vinden Menen dan ook niet de moeite waard om te investeren."
Voor Martine Fournier moet er dan ook dringend werk gemaakt worden van een verhoging van dat gemiddelde inkomen. "Naast dat inkomen spelen ook de sociale huisvesting en de werkloosheidsgraad een belangrijke rol. Waar Vlaanderen gemiddeld amper zes procent sociale woningen heeft, telt Menen er dertien. We kampen hier ook met hoge werkloosheidscijfers. Menen heeft 8,5 procent werklozen tegen 5,2 procent in Wevelgem. We zijn er ons van bewust dat we daar werk van moeten maken. Een woonbeleid met aandacht voor woningen voor tweeverdieners, met strengere reglementen voor het verhuren van kamers, met zwaardere taksen op verkrotting. Anderzijds moeten we ook meer bedrijven aantrekken."
Subsidies
"Als stadsbestuur kunnen we de handelaars nog op een andere manier steunen. Ik denk bijvoorbeeld aan het steunen van de eindejaarsactie en van de Awards. Daarnaast zijn er de vele subsidies die handelaars of kandidaat-handelaars kunnen aanvragen. De stad kan die beter bekend maken en promoten."
Zelf droomt schepen Fournier van een stedelijke subsidie voor handelaars die een zaak opstarten in een bedreigde kern. "In Gent hebben ze al zoiets. Daar kunnen handelaars 50.000 euro subsidie krijgen als ze een winkel beginnen in een wijk die het moeilijk heeft. Daar is voorlopig in Menen geen budget voor."
Coachingsysteem
Martine Fournier wijst er nog op dat het in geen geval de taak is van een stad om de winkels rendabel te houden. "Als stad kunnen we impulsen geven maar het is uiteindelijk aan de handelaars om het zelf te doen. Zo bieden wij hen nu dat coachingsysteem aan. Dat is een doorlichting waarbij nagegaan wordt hoe goed een winkel het wel doet en hoe het uiteindelijk nog beter kan. Na het proefproject in Kortrijk zijn Europa en Vlaanderen bereid om dergelijke coachingsystemen financieel te ondersteunen. Er was ruimte voor 400 handelszaken in West-Vlaanderen, Menen kon er 20 naar zich toe trekken." Het coachingsysteem richt zich tot alle handelaars uit Menen, Lauwe of Rekkem en kost de handelaars 150 euro. De stad legt 200 euro bij, de rest van de 2000 euro wordt door Europa en Vlaanderen betaald.
(Lien) -
Krant Van West-Vlaanderen editie De Leie - 06-02-2009
