Wie het openbaar vervoer neemt, is vaak langer onderweg dan met de auto. Dat kopten alle media de afgelopen dagen. CD&V wil daar verandering in brengen zodat het openbaar vervoer een volwaardig alternatief wordt. Daarom keuren wij vandaag in de Commissie Mobiliteit het decreet basisbereikbaarheid goed, dat een nieuwe visie op openbaar vervoer met zich meebrengt. De CD&V-fractie is echter bezorgd over de verdere uitvoering van dit decreet en pleit bij de minister voor een groter budget, en ook letterlijk, voor een grotere taart om te verdelen.

 

Lokale besturen beslissen voor het eerst mee

 

Het ontwerpdecreet basisbereikbaarheid zet in op een meer vraaggestuurd openbaar vervoer, waarbij de lokale besturen voor het eerst structurele inspraak krijgen in het openbaar vervoer in hun regio. Vlaanderen zal daarom verdeeld worden in 15 vervoerregio’s waarbij elke regio op basis van de vragen van hun inwoners zal kijken welke bestemmingen belangrijk zijn om vervolgens een nieuw regionaal mobiliteitsplan uit te tekenen.

 

De steden en gemeenten zullen daarin worden bijgestaan door het departement Mobiliteit en Openbare Werken, alsook de VVSG (de koepelorganisatie voor lokale besturen), maar dat volstaat niet voor CD&V. Er is extra budget nodig, vooral voor de uitwerking van het fijnmazige vervoer op maat, de first and last mile, waarmee je op een vlotte manier naar de grote buslijnen wordt gevoerd. “Door het fijnmazige karakter ligt hier heel wat potentieel voor creatieve en innovatieve ideeën, maar ook gevaar. Want als er niet voldoende geld is, komt er van al die goede ideeën niet veel in huis.”

 

Vervoer op maat: what’s in a name?

 

Voor de uitwerking van dit vervoer op maat, is CD&V voorstander van mobipunten waar tal van mogelijkheden bij elkaar komen bij een bushalte. Aan de halte zouden openbaar vervoerstaxi’s kunnen staan, alsook deelfietsen en elektrische deelwagens. Het is van belang dat er zowel in de stad als op het platteland een aanbod is. Bovendien moet dit alles via één app en één betaalkaart geregeld kunnen worden. Enkel zo verleid je mensen om uit de wagen te stappen en een beroep te doen op het openbaar vervoer.

 

Om hiertoe te komen en dus tot een echt efficiënt en betrouwbaar openbaar vervoer, is er nog heel wat werk en vooral geld nodig. Voor CD&V is het budget dat nu wordt voorgesteld onvoldoende. “Er is een bescheiden taartje van 30 miljoen beschikbaar, dat verdeeld moet worden onder 15 regio’s. Dat is niet genoeg en daarom geven wij de minister de ingrediënten om meer te doen. CD&V wilt een grotere taart, een taart van 112 miljoen euro. Een taart waar de 15 regio’s echt mee aan de slag kunnen, voor een beter openbaar vervoer in Vlaanderen!”

Bekijk het videofragment hier (Karin Brouwers, Martine Fournier, Dirk de Kort en Lode Ceyssens samen met minister Weyts):

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.